Aan de slag met bakken!
Kneed de icing tot deze zacht en soepel is. Bestuif het werkblad en de deegroller licht met poedersuiker.
Rol de icing uit tot een dikte van ongeveer 5 mm.
Om een taart te bekleden, smeert u een dunne laag gladde abrikozenjam of botercrème op de taart.
Om een laag marsepein te bekleden, bestrijkt u de marsepein met water.
Til de icing op met behulp van de deegroller en leg deze over de taart.
Strijk de icing glad over de taart, vanaf de bovenkant naar de randen en vervolgens langs de zijkanten naar beneden. Snijd overtollige icing weg met een scherp mes.
Voor een perfecte afwerking wrijft u de icing glad met de palm van uw hand, zodat het oppervlak een mooie glans krijgt.